toveren met toetsen

Categorie: Uncategorized (Pagina 1 van 2)

Akkoorden spelen: bouwen aan een harmonische basis

In mijn vorige artikel had ik het er al over: akkoorden. Dat je die heel ‘vol’ kunt laten klinken, maar ook ‘leeg’ of ‘licht’. En ik kan nog heel wat woorden bedenken om de beleving van die verschillen te omschrijven: zwaar, droevig, romantisch, wrang, fladderig, sfeervol, droog, scherp. Maar wat is een akkoord nou eigenlijk? Speel meerdere tonen tegelijk en je hébt eigenlijk al een akkoord. Een samenklank. Simpel.

En dan ontstaan er vrolijke akkoorden die we majeur noemen en droevige akkoorden die we mineur noemen. Magisch hoe eenvoudig je met muziek invloed hebt op stemming en emoties. Wereldberoemd neuroloog Oliver Sacks schreef ooit een niet-door-te-komen dikke pil hierover. Musicophilia noemde hij zijn boek, waarin hij de essentie van muziek voor onze menselijkheid verwoordt. Alleen het feit al dat een expert daar bijna 500 pagina’s over kan vullen, vind ik indrukwekkend. Dat zegt wel wat.

Terug naar de akkoorden. Er is nog een flinke reeks andere variaties, maar met de majeur- en mineurakkoorden hebben we de belangrijkste basis te pakken. En nog mooier nieuws: op de piano is die basis erg overzichtelijk. Met een paar simpele vuistregels kan ik je die basis uitleggen.

Let op: hier volgt akkoorden in de praktijk voor beginners. Speel een witte toets. Sla, naar rechts gerekend, één witte toets over en speel de volgende gelijktijdig met die eerste. Sla opnieuw één witte toets over en speel de volgende tegelijk met de twee die je al had. Je speelt nu drie witte toetsen tegelijk. Het past mooi om dit met één hand te doen, met je duim, middelvinger en pink. Zie je het voor je?

Probeer maar eens uit hoe het klinkt. En probeer vooral wat er gebeurt als je op een andere witte toets begint. Hoor je het verschil? Wat doet zo’n akkoord met je?

Muziek en gevoel zijn één op één gekoppeld. Bij mij is er in elk geval altijd weer verwondering over hoe overzichtelijk je dat terughoort in akkoorden die ogenschijnlijk enorm op elkaar lijken…

Minder is meer: ruimte laten in je pianospel

Terug achter de piano bij het improvisatietheater. Hier schreef ik in een eerder bericht (‘Inleven in de muziek’, na te lezen hieronder) al over. De inspirerende omgeving waarin, uitgevoerd voor publiek, álles geïmproviseerd is. Dus ook mijn pianospel. 100% improvisatie.

Omdat de hele setting daar akoestisch is (de acteurs werken niet met microfoons) moeten we het hebben van de akoestiek van de theaterzaal. Ik merkte al snel dat de piano, gelukkig een uitstekend instrument, de spraak van de acteurs dreigde te overstemmen. Een tandje terugschakelen in volume dus. Maar ik deed ook nog wat anders: ik speelde minder noten. Ik gebruikte minder toetsen.

Akkoorden zijn op ontelbaar veel manieren te spelen. Volle akkoorden in zowel de linker- als de rechterhand klinken rijk en breed, maar juist door wat noten weg te laten ontstaat er lucht. Ruimte. Of door met je linkerhand geen volledig akkoord te spelen maar slechts één toon neer te zetten. Ook hoger spelen werkt goed: het geluid van de hoge tonen draagt minder ver dan dat van de lage tonen (het lage register). In het hoge register kan je de muziek makkelijker lichter en zachter laten klinken.

Minder is meer. Niemand zit erop te wachten dat de muziek de acteurs overstemt. We willen juist een eenheid waarin de muziek mooi ‘onder’ het spel ligt. Waarin het de stemming en emotie ondersteunt, draagt en soms aanjaagt en opzweept.

En dit geldt natuurlijk niet alleen voor theatersport. Ook wanneer je solo speelt of iemand begeleidt, doet ruimte wonderen. Een stuk wat langzamer spelen kan er juist voor zorgen dat het beter binnenkomt. Soms mag het wat zachter. Soms mag er een subtiele pauze vallen. Heel even geen geluid.

De schoonheid van muziek, en de emotie die je ermee overdraagt, zit vaak helemaal niet in de noten zelf, maar tussen de noten. Minder is meer.

Pedalen als expressiemiddel: meer dan alleen sustain

Je wilt je muziek tot leven brengen. Dynamisch: soms met minimale expressie, soms bombastisch. En dat soms allemaal in één liedje of muziekstuk. Zoals ik in eerdere artikelen al schreef: je hebt genoeg aan je twee handen. Speel simpelweg zachter of luider, ‘kleiner’ of ‘groter’.

Maar de pianobouwer heeft ons nog meer handigheid gegeven. We hadden het in mijn vorige stuk al over het rechter pedaal voor sustain. Het laten doorklinken van de snaren. Wat we vaak vergeten, is dat linker pedaal. Dit is een fantastisch hulpmiddel voor dynamisch spelen. Je aanslag wordt er namelijk automatisch zachter door. De constructie is zo dat alle hamers in één keer iets naar voren worden gebracht, dichter bij de snaren, waardoor een aanslag van een toets simpelweg resulteert in een zachter tikje van de hamer op de snaren.

Overigens heb ik het hier over de staande piano, want bij vleugels werkt dit anders. Zelf gebruik ik dat linker pedaal erg veel, bijvoorbeeld bij het begeleiden van mijn of iemand anders zang, een popkoor of een band in akoestische setting. Een intro of tussenspel mag soms heel mooi zacht klinken. Om het extra ‘fluwelig’ te maken, gebruik ik daar vaak de linker pedaal bij. Zo houd ik automatisch meer ruimte over om nóg dynamischer te spelen: luid of heel luid in de gedeeltes waar dat mooi is en kan.

Ook elektronische piano’s hebben vaak zo’n linker pedaal of de mogelijkheid er een aan te sluiten. Heb je een piano en is dit nieuw voor je? Check het! En maak je spel nog mooier door te spelen met die pedaal.

Maak gebruik van de klankkast: ontdek je piano als instrument

Ik zat achter de piano. Rechterpedaal ingetrapt. Okee, dit is lang geleden, rechterpedaal was toen nog geen gaspedaal, dit was vroeghûr…, maar het blijft intrigerend. Wat precies de trigger was, weet ik niet meer. Het kan die vriend zijn geweest die zijn gitaar aansloeg, of onze zang, of misschien de hond die blafte. Of iets dat ik zelf riep. Maar de piano nam een deel van de klank over. De hele piano gaf antwoord, resoneerde, gaf toon.

Heel kort even over dat rechterpedaal: als je het intrapt, worden de snaren niet langer gedempt. Elke toon die je aanslaat klinkt dan zo lang door als de snaar blijft trillen. Maar door de snaren zo vrij spel te geven, krijgt ook ander geluid in de buurt grip op de snaren, die soms mee gaan trillen.

Dit gebeurt ook binnen het instrument zelf: het eigen geluid wordt door de snaren opgevangen. Zo wordt muziek meer dan een simpele optelsom van losse aanslagen. En hoe mooi is het om daar mee te spelen. Luister wat er gebeurt als je tonen lang door laat klinken. Hoe je met weinig tonen prachtige klanken laat ontstaan. Hoe een akkoord tot leven komt bij het toevoegen van een toon uit een melodie…

En nog even iets over de rijke technologie van tegenwoordig. Moderne elektronische piano’s komen een heel eind in de buurt van het nabootsen van een echte, en het kan fascinerend zijn om erop te spelen. Maar honderd procent uitwisselbaar? Nee. Het zijn simpelweg verschillende instrumenten. Al was het alleen al omdat ik nog nooit een elektronische piano heb meegemaakt die antwoord gaf op een gitaar of een blaffende hond.

Mooi gespeeld: maak zinnen in muziek

En als je het dan toch hebt over een verhaal dat je vertelt met je muziek… In mijn vorige artikel nam ik je hierin mee vanuit persoonlijke kippenvelmomenten achter de piano tijdens een optreden. Zoals een verhaal of een stuk tekst bestaat uit alinea’s en zinnen, zo kun je de muziek die je speelt natuurlijk ook in delen bekijken.

Denk alleen al eens aan al die mooie popsongs die worden geschreven: ze hebben vrijwel altijd coupletten en refreinen. En ook als er geen woorden zijn die gezongen worden, is er sowieso structuur. Want het begint ergens en het eindigt ergens.

En zo’n einde is misschien wel het meest voor de hand liggende voorbeeld: vaak vertraagt het, of versnelt juist (luister maar eens naar Queen’s prachtige You Take My Breath Away). Of het wordt zachter, met een fade-out, of juist krachtiger met een sterk accent (denk aan musicals). En dat doet iets met je.

Tussen het begin en einde van een lied of muziekstuk word je als luisteraar meegenomen in iets dat je raakt. De zinnen maken het verhaal. Zin voor zin ontstaat het vanuit het niets.

De term ‘frasering’ komt hier om de hoek kijken. Afgeleid van het Franse phrase (= zin) is dat precies waar we het hierboven over hebben. Wiki zegt daarover: Het omvat het gebruiken van accenten, dynamiek en kleine pauzes (cesuren) om melodische lijnen en motieven te articuleren, waardoor de uitvoerder de intentie van de componist kan overbrengen en een tekstuele of vocale flow nabootst.

En ik zou daar nog aan toe willen voegen: de uitvoerder, jij, kan ook je eigen intentie en gevoel overbrengen.

Lees in dat licht mijn vorige artikel “Inleven in de muziek: vertel een verhaal met je spel” nog maar eens. En let, als je je met muziek bezig houdt, vooral op je eigen kippenvelmomenten.

In mijn Pianoschool Drachten geeft me dat vleugels en daag ik jou uit om je te ontwikkelen. Piano spelen met passie, toetsen met gevoel en ontdekken dat dat simpelweg al in je zit en niet eens moeilijk is.

Inleven in de muziek: vertel een verhaal met je spel

Ik zat achter de piano bij theatersport. Excited. Korte uitleg: hier wordt toneel gespeeld, voor publiek, waarbij álles improvisatie is. Zo ook de muziek. En die bestond die avond enkel uit piano. Uit mijn spel dus. Geen noten, geen voorbereiding. Het zijn vaak korte stukken toneelspel van een aantal minuten, die voortkomen uit een opdracht. Spannend? Wat denk je.

Enfin, het verhaal dat ontstond was grappig en ik speelde licht. Vrolijk. Het verhaal werd somberder en ik speelde droeviger, wat zwaarder. Het verhaal ontwikkelde zich vervolgens in een grimmige richting en mijn spel werd luider, hoekiger en lomper. En ineens brak de hoofdpersoon. Ineens waren er tranen en was verdriet de boventoon. En ik werd stil. Doodstil. Geen noot meer. Ik kreeg er zelf kippenvel van. Je kon een speld horen vallen in het publiek dat dit stuk met een daverend applaus beloonde.

Op die avond vielen het verhaal dat de acteurs lieten onstaan samen met het verhaal dat ik met hen samen vertelde op de piano. Maar ook als je solo speelt kan je met je muziek een verhaal vertellen. Of wanneer je een zangeres of zanger begeleidt. Spelend van akkoorden, waarbij je veel vrijheid hebt, of spelend van noten. Want ook daar heb je vrijheid in hoe jij het stuk speelt.

Dat kan al in iets kleins zitten. Een melodie die je zingt in je hoofd terwijl je speelt. Een akkoord dat je net iets langer laat klinken om spanning te scheppen. Of juist een stilte die je bewust laat vallen, alsof je even ademhaalt in het verhaal. Het zijn keuzes die niet in de noten zelf staan, maar die wel maken dat de luisteraar iets ervaart.

Het kan vrolijk zijn, speels, droevig of dromerig. Door je in te leven in een gevoel dat voor jou samenvalt met je muziek verandert het hele stuk. Je speelt niet meer alleen de juiste noten, je geeft ze betekenis.

Veel grote musici doen precies dit. Luister naar hoe een zanger of pianist soms een enkele zin zo kan kleuren dat je kippenvel krijgt. Het zit niet in de techniek alleen, maar in de intentie. In het durven doorgeven van wat jij erin voelt.

En het mooie is: je hoeft daar geen virtuoos voor te zijn. Iedereen kan zich inleven.

Op die manier wordt pianospelen meer dan uitvoeren.

Jij vertelt een verhaal. En de ander mag luisteren, voelen, geraakt worden.

Ook dat is pianoles in Drachten bij Pianoschool Drachten.

Nog meer magie van timing: synchroon spelen – of juist nét niet?

Ik was een jaar of twaalf. Op pianoles mocht ik inmiddels wat uitgebreidere stukken spelen. Rond die tijd begon me iets op te vallen aan het spel van mijn lerares. Er gebeurde iets als zij speelde. Iets wat ik niet terughoorde als ik zelf achter de piano zat.

Er zat iets speels in, iets creatiefs. Iets wat me trof, maar wat ik toen nog niet goed kon plaatsen. Het was niet alleen mooi – het was levendig. Persoonlijk. En toch wist ik niet waar het vandaan kwam.

Na verloop van tijd begon het te dagen. Het had niet zozeer met hard of zacht te maken. Ook niet met sneller of langzamer spelen. Er zat een twist in. Een soort eigenheid. Iets eigenwijs ook. En ik besefte: dit stond niet in de noten. Maar waar kwam het dan vandaan?

Langzaam ontdekte ik het geheim. Het zat in de timing. Bijvoorbeeld als er een melodietoon in de rechterhand samenviel met een basnoot in de linker. Op papier exact tegelijk. Maar zij speelde ze nét niet gelijktijdig. Een fractie verschil. Het scheelt niks en toch scheelt het alles.

‘Ik kan dat ook,’ moet ik toen hebben gedacht. Inmiddels hoef ik dat niet meer te denken – ik weet het. Ik kan het ook. En ongetwijfeld op mijn manier.

Want wat ik ook ontdekte: het is helemaal niet ingewikkeld, niet moeilijk, je kan het leren. Maar het kan wel veel betekenen. Voor de sfeer, de klank, de zeggingskracht van de muziek. Het maakt muziek soms mooier. Fraaier. Authentieker. Gevoeliger.

De magie van timing: speelsheid in tempo en ritme

Veel hedendaagse popmuziek is superstrak. Alles loopt in één tempo, zonder afwijking. En als er ergens een break valt, kun je er bijna de klok op gelijk zetten – tot op de milliseconde. En dat is krachtig. Het geeft structuur, drive en energie.

Maar wat óók krachtig is, is als diezelfde artiesten live spelen. Akoestisch. Alleen. Met wat meer vrijheid in tempo. Dan gebeurt er iets. Een intro kan ineens net wat sneller zijn, of juist vertragen richting het einde. Die kleine afwijking wekt spanning op. Je luistert anders. Je voelt het.

Een moment van stilte dat net even iets langer duurt, kan je op het puntje van je stoel brengen. Wat gaat er komen? En wanneer? Soms ontstaat er een vertraging in het slotakkoord, of juist een versnelling – als een soort uitroepteken aan het einde van een zin.

In cabaret of kleinkunst is dit volkomen normaal. Daar is timing onderdeel van de vertelkunst. Maar ook grote artiesten uit de pop en rock spelen ermee. Denk aan Billy Joel, Freddie Mercury, Elton John. Of luister naar live-opnames van John Legend, Lady Gaga of Alicia Keys. Juist in die versies hoor je vrijheid, vertraging, versnelling – ruimte.

Het principe is eenvoudig. Maar wat het met een luisteraar doet – of met een hele zaal vol mensen – is bijzonder.

Door je pianospel mensen raken – Artikel 1: Dynamiek

Je slaat een toets zacht aan, en de toon is zacht. Je slaat de toets hard aan, en de toon is hard. Simpeler kan ik het als pianodocent niet maken. Het mooie is: juist in die eenvoud schuilt iets krachtigs.

De naam van het instrument zegt het eigenlijk al. Oorspronkelijk heette het ‘pianoforte’. Piano betekent zacht, forte luid. Uiteindelijk bleef alleen het woord ‘piano’ over – maar beide werelden zijn gebleven: het stille en het krachtige.

Zacht spelen roept iets anders op dan hard spelen. Het raakt op een andere manier. Denk aan die kleine, kwetsbare liedjes van singer-songwriters. Of aan intro’s die je kippenvel geven. Krezip op Pinkpop met I Would Stay. Zacht en klein aan het begin, dan breder, voller in het refrein. Olivia Rodrigo, Coldplay, Adele, Fleetwood Mac, Freddie Mercury, Billie Eilish – allemaal spelen ze met dat verschil.

Door bewust te schakelen tussen hard en zacht geef je je spel vorm en richting. Je bouwt spanning op, laat iets groeien, houdt iets tegen. In popmuziek werkt dat net zo goed als in klassieke muziek. Daar worden piano en forte vaak letterlijk aangegeven – maar hoe zacht is zacht? Hoe luid is luid?

Dat bepaal jij. Met dynamiek geef je je spel karakter. Het wordt jouw versie van de muziek. Het wordt jouw muziek.

Muziek doet iets met je

De claxon van een vrachtauto kan zo’n wrang akkoord voortbrengen dat je er van schrikt. Dat is niet toevallig. Dat is precies de bedoeling. En het werkt ook nog. In dit geval roept het angst of alertheid op – een directe emotie, bedoeld om je aandacht te grijpen.

Eén akkoord op de piano kan ook iets in gang zetten. Het kan blij maken. Rust brengen. Of juist een melancholisch gevoel oproepen. En soms is er niet eens een akkoord nodig. Twee simpele tonen kunnen al genoeg zijn.

Muziek en emotie zijn aan elkaar gekoppeld. Van de meest eenvoudige klanken tot de ingewikkeldste melodieën of ritmes – we ervaren iets omdat het iets met ons dóet. En juist dát maakt muziek zo krachtig.

Als muzikant kun je daar gebruik van maken. Meer nog: je kunt ermee spelen. Door kleine nuances aan te brengen in je spel, vergroot je de zeggingskracht van de muziek. Daarmee til je een melodie op van ‘mooi’ naar ‘raak’. En het mooie is: die nuances zijn op zichzelf niet ingewikkeld.

Denk aan harder of zachter spelen – dynamiek. Of een kleine verschuiving in je timing, waardoor een ritme nét een beetje gaat leven. Een pauze die iets langer duurt dan verwacht. Een toon die je net iets langer aanhoudt. Een nadruk die niet voor de hand ligt. Dat soort dingen. Subtiel, maar het effect is groot.

Zoals gezegd, in de komende periode verschijnt hier een reeks korte artikelen waarin ik je meeneem in de eenvoud en het mooie effect van deze muzikale details. Ik haal ze uit elkaar, bekijk ze stuk voor stuk, en beschrijf ze als eenvoudige, herkenbare bouwstenen die je meteen kunt gebruiken in je eigen spel.

Geen ingewikkelde theorie, maar praktische inspiratie. Ook dat is pianoles in Drachten bij Pianoschool Drachten.

Lees mee!

« Oudere berichten

© 2026 Pianoschool Drachten

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑