In mijn vorige artikel had ik het er al over: akkoorden. Dat je die heel ‘vol’ kunt laten klinken, maar ook ‘leeg’ of ‘licht’. En ik kan nog heel wat woorden bedenken om de beleving van die verschillen te omschrijven: zwaar, droevig, romantisch, wrang, fladderig, sfeervol, droog, scherp. Maar wat is een akkoord nou eigenlijk? Speel meerdere tonen tegelijk en je hébt eigenlijk al een akkoord. Een samenklank. Simpel.
En dan ontstaan er vrolijke akkoorden die we majeur noemen en droevige akkoorden die we mineur noemen. Magisch hoe eenvoudig je met muziek invloed hebt op stemming en emoties. Wereldberoemd neuroloog Oliver Sacks schreef ooit een niet-door-te-komen dikke pil hierover. Musicophilia noemde hij zijn boek, waarin hij de essentie van muziek voor onze menselijkheid verwoordt. Alleen het feit al dat een expert daar bijna 500 pagina’s over kan vullen, vind ik indrukwekkend. Dat zegt wel wat.
Terug naar de akkoorden. Er is nog een flinke reeks andere variaties, maar met de majeur- en mineurakkoorden hebben we de belangrijkste basis te pakken. En nog mooier nieuws: op de piano is die basis erg overzichtelijk. Met een paar simpele vuistregels kan ik je die basis uitleggen.
Let op: hier volgt akkoorden in de praktijk voor beginners. Speel een witte toets. Sla, naar rechts gerekend, één witte toets over en speel de volgende gelijktijdig met die eerste. Sla opnieuw één witte toets over en speel de volgende tegelijk met de twee die je al had. Je speelt nu drie witte toetsen tegelijk. Het past mooi om dit met één hand te doen, met je duim, middelvinger en pink. Zie je het voor je?
Probeer maar eens uit hoe het klinkt. En probeer vooral wat er gebeurt als je op een andere witte toets begint. Hoor je het verschil? Wat doet zo’n akkoord met je?
Muziek en gevoel zijn één op één gekoppeld. Bij mij is er in elk geval altijd weer verwondering over hoe overzichtelijk je dat terughoort in akkoorden die ogenschijnlijk enorm op elkaar lijken…