Terug achter de piano bij het improvisatietheater. Hier schreef ik in een eerder bericht (‘Inleven in de muziek’, na te lezen hieronder) al over. De inspirerende omgeving waarin, uitgevoerd voor publiek, álles geïmproviseerd is. Dus ook mijn pianospel. 100% improvisatie.
Omdat de hele setting daar akoestisch is (de acteurs werken niet met microfoons) moeten we het hebben van de akoestiek van de theaterzaal. Ik merkte al snel dat de piano, gelukkig een uitstekend instrument, de spraak van de acteurs dreigde te overstemmen. Een tandje terugschakelen in volume dus. Maar ik deed ook nog wat anders: ik speelde minder noten. Ik gebruikte minder toetsen.
Akkoorden zijn op ontelbaar veel manieren te spelen. Volle akkoorden in zowel de linker- als de rechterhand klinken rijk en breed, maar juist door wat noten weg te laten ontstaat er lucht. Ruimte. Of door met je linkerhand geen volledig akkoord te spelen maar slechts één toon neer te zetten. Ook hoger spelen werkt goed: het geluid van de hoge tonen draagt minder ver dan dat van de lage tonen (het lage register). In het hoge register kan je de muziek makkelijker lichter en zachter laten klinken.
Minder is meer. Niemand zit erop te wachten dat de muziek de acteurs overstemt. We willen juist een eenheid waarin de muziek mooi ‘onder’ het spel ligt. Waarin het de stemming en emotie ondersteunt, draagt en soms aanjaagt en opzweept.
En dit geldt natuurlijk niet alleen voor theatersport. Ook wanneer je solo speelt of iemand begeleidt, doet ruimte wonderen. Een stuk wat langzamer spelen kan er juist voor zorgen dat het beter binnenkomt. Soms mag het wat zachter. Soms mag er een subtiele pauze vallen. Heel even geen geluid.
De schoonheid van muziek, en de emotie die je ermee overdraagt, zit vaak helemaal niet in de noten zelf, maar tussen de noten. Minder is meer.